Universiteit Leiden

nl en

Auteursrecht en Brightspace

Brightspace is de elektronische leeromgeving die vanaf 1 september 2020 in gebruik genomen is in de plaats van Blackboard.

In Brightspace plaatsen docenten materiaal ten behoeve van hun studenten. Uitgangspunt bij het gebruik van Brightspace is dat auteursrechtelijk beschermd materiaal van derden in de zogenaamde Copyright Repository in de LOR (Learning Object Repository) geplaatst wordt.

Alles wat de docent zelf schrijft/maakt of wat door collega’s is gemaakt, zoals:

  • proeftentamens;
  • schema’s voor huiswerk;
  • literatuurlijsten;
  • opdrachten;
  • PowerPoint presentaties gebruikt tijdens colleges.

Documenten die al in de LOR staan moeten niet nogmaals in de LOR worden geplaatst. In plaats daarvan kunt u naar deze documenten linken vanuit uw cursus.

Alle documenten die niet door de docent of collega’s zelf zijn geschreven.

Dit zijn:

  • boekhoofdstukken;
  • artikelen uit tijdschriften/journals;
  • ander auteursrechtelijk beschermd materiaal.

Wat u als docent plaatst op Brightspace telt mee voor de kosten van uw instituut/faculteit. De onderwijsexceptie in de Auteurswet staat toe dat docenten auteursrechtelijk beschermd materiaal beschikbaar stellen aan hun studenten zonder toestemming van de auteur(srechthebbende). Daar moet wel een billijke vergoeding voor worden betaald. De VSNU heeft daartoe een overeenkomst gesloten met Stichting UvO, de vertegenwoordiger van de gezamenlijke wetenschappelijke uitgevers. Deze overeenkomst wordt de Easy Access Regeling of Readerregeling genoemd. Elke universiteit betaalt haar aandeel aan de VSNU, die het gezamenlijke bedrag uitkeert aan Stichting UvO. Als docent bent u als volgt in dit proces betrokken. Het bedrag dat Leiden via de VSNU betaalt aan Stichting UvO wordt naar rato verdeeld over de faculteiten. Hoe meer een faculteit aan auteursrechtelijk beschermd materiaal plaatst op Brightspace, des te hoger wordt het bedrag dat aan de faculteit wordt doorberekend. Elke faculteit bepaalt zelf of deze kosten vanuit hun centrale budget worden betaald, of dat ze deze kosten doorberekent aan haar instituten.

Stichting UvO maakt onderscheid tussen korte overnames, middellange overnames en lange overnames. Korte en middellange overnames vallen onder de Easy Access Regeling, lange overnames niet.

Een korte overname is 8.000 woorden voor een artikel en 10.000 woorden voor een gedeelte van een boek.

Een middellange overname is dan meer dan 8.000 woorden voor een artikel. Voor een boek van 200 of meer pagina’s is de bovengrens voor een middellange overname 50 pagina’s.

Voor een boek van minder dan 200 pagina’s is deze bovengrens 25% van het totaal aantal pagina’s.

Waarom toch het verschil tussen een korte en een middellange overname? De korte overname is per pagina goedkoper dan de middellange overname. De paginaprijzen kunt u lezen op de website van van Stichting UvO.

Van u als docent wordt niet verwacht dat u de woorden van uw overnames gaat tellen. Belangrijk is wel dat u de bovengrens van de overnames (50 pagina’s of 25% totaal aantal pagina’s) in de gaten houdt. Wilt u toch meer dan 50 pagina’s van een boek op Brightspace plaatsen? Dan moet u vooraf toestemming vragen aan Stichting UvO via een speciale portal. Inloggen gaat via een registratienummer dat beschikbaar is via het UFB. U vult de gevraagde gegevens in via de portal (gegevens van de publicatie, aantal pagina’s en aantal studenten per course ID). U ontvangt dan een separate factuur van stichting UvO voor deze overname volgens de gehanteerde tarieven.

Houdt u er rekening mee dat de kosten voor een lange overname hoog kunnen zijn en dat u misschien vooraf toestemming nodig heeft van uw instituut of faculteit. Wellicht kunt u daarom de hieronder genoemde alternatieven overwegen.

In plaats van artikelen en boekhoofdstukken te plaatsen op Brightspace kunt u linken naar het materiaal. Waar kunt u precies naar linken? Is het materiaal digitaal beschikbaar in de Catalogus van de UBL of is het beschikbaar op een publicatieplatform? Dan kunt u hiernaar linken. Hulp bij het maken van een stabiele link vindt u op de pagina Linken naar artikelen en boeken. 

Is het materiaal te vinden op internet? Dan kunt u de link hier naartoe plaatsen in Brightspace. Tip om gemakkelijker op internet te zoeken: plaats de titel van het artikel of boekhoofdstuk tussen dubbele aanhalingstekens in de zoekbalk van Google, op deze manier: “titel artikel”. U mag alleen niet linken naar illegale websites, zoals PirateBay. Is materiaal in open access gepubliceerd? Ook deze publicaties zijn te vinden op internet en u kunt hiernaar linken.

Zijn publicaties die uw studenten dienen te bestuderen niet digitaal beschikbaar in de Catalogus maar wel beschikbaar als papieren boek of tijdschrift in een van de Leidse bibliotheken? Dan kunt u uw vakreferent vragen een boekenplank samen te stellen.

De betreffende publicaties worden hierop geplaatst en mogen dan gedurende de cursus niet worden uitgeleend. Studenten kunnen in de bibliotheek de publicaties bestuderen of ervoor kiezen van het materiaal een (digitale) kopie te maken voor persoonlijk gebruik. Een papieren kopie dient dan beperkt te blijven tot een gedeelte van het werk. Uit een tijdschrift: een artikel. Uit een boek: een klein gedeelte. Is het boek niet meer te koop en wordt het niet herdrukt, dan mag het hele boek gekopieerd worden (art. 16b Auteurswet). Het maken van een digitale kopie is niet aan beperkingen onderhevig:  studenten hebben de hiervoor verschuldigde auteursrecht bijdrage betaald toen zij het device in de winkel kochten (artikel 16c Auteurswet).

Op de pagina (digitale) Collegeplanken kunt u lezen hoe u een collegeplank kunt aanmaken. 

Alle publicaties die digitaal beschikbaar zijn in de Catalogus van de UBL, kunt u gebruiken voor het samenstellen van een literatuurlijst. Neem hierover contact op met uw vakreferent.

Op de pagina (digitale) Collegeplanken  kunt u lezen hoe u een digitale collegeplank kunt aanvragen. 

De hierboven genoemde Easy Access Regeling of Readerregeling biedt docenten de mogelijkheid een reader via ReaderOnline samen te stellen. Als de reader bestaat uit alleen korte en middellange overnames , zijn de kosten hiervoor opgenomen in de afkoopsom die de universiteit betaalt aan stichting UvO. Wanneer er sprake is van een lange overname worden de kosten hiervoor door de student zelf betaald. Wanneer u daarom een lange overname overweegt, raden wij u aan om voor ReaderOnline te kiezen. U dient dan wel voor de lange overname vooraf toestemming te vragen aan Stichting UvO.

U dient het materiaal dat u aanbiedt in de ReaderOnline niet tevens op Brightspace te plaatsen. Want dan wordt dubbel betaald (door de student en door de faculteit). Bij een ReaderOnline kunnen studenten de reader digitaal inzien in de eigen ReaderOnline omgeving en mogen zij ook een papieren kopie afhalen op diverse locaties. Op de medewerkersportal leest u hoe u een ReaderOnline kunt aanvragen en hoe u toestemming vraagt aan stichting UvO voor een lange overname.

Docenten maken tijdens hun onderwijs vaak gebruik van een presentatie in PowerPoint, Prezi of een andere presentatietool. De docent laat de presentatie zien tijdens het college en plaatst deze later als document op Brightspace. Het auteursrecht op de presentatie berust bij de docent/de universiteit. De presentatie hoeft daarom niet in de LOR te worden geplaatst. Echter, meestal wordt in de presentatie ook materiaal (afbeeldingen, foto’s, schema’s, grafieken, etc.) van derden ‘geïmporteerd’ en het auteursrecht op dit geïmporteerde materiaal berust bij deze derden. Wel kan gebruikt worden gemaakt van de Citaatexceptie (art. 15a Auteurswet). De Citaatexceptie houdt in dat een (klein) gedeelte van het auteursrechtelijk beschermde werk van een ander (de maker) gebruikt mag worden in eigen werk. Toestemming van de maker is niet vereist. Ook hoeft de maker voor dit gebruik geen vergoeding betaald te worden. Het citaat moet functioneel zijn en mag niet dienen als versiering. Het citaat moet ook proportioneel zijn en ondergeschikt aan het eigen betoog. Voor zover redelijkerwijs mogelijk moet de bron, waaronder de naam van de maker, op duidelijke wijze worden vermeld.

Hoe vertalen we dit in de praktijk voor een presentatie van een docent?

  • Vermeld bij elke afbeelding de bron (titel boek, naam tijdschrift + uitgave) en de naam van de maker (auteur).
  • Gebruik niet meer dan 2, hooguit 3 afbeeldingen uit dezelfde bron, dat wil zeggen, uit hetzelfde boek of uit dezelfde uitgave van een tijdschrift.
  • Gebruik niet meer dan 2, hooguit 3 foto’s van dezelfde fotograaf en niet meer dan 2, hooguit 3 kunstwerken van dezelfde kunstenaar.
  • Komt de afbeelding van internet? Vermeld dan de URL-link (dit is de bron) en de naam van de maker (indien redelijkerwijs mogelijk). Wordt de afbeelding op internet aangeboden met een CC-licentie? Voeg dan ook de tekst toe: ‘… is licensed under CC …’.

Vooral het eerste vereiste is erg belangrijk. Als u zich wel aan de andere drie vereisten houdt, maar niet aan naams- en bronvermelding doet, dan valt uw gebruik van de afbeeldingen niet onder de Citaatexceptie en moet er -onnodig- voor betaald worden.

Gebruikt u meer dan 3 afbeeldingen per bron? Dan wordt hiervoor via de Easy Access Regeling betaald aan Stichting UvO. Tenzij u afbeeldingen gebruikt die in open access beschikbaar worden gesteld, bijvoorbeeld met een Creative Commons licentie, dan is het gebruik onbeperkt. Vermeldt u wel altijd onder de afbeelding: de URL-link naar de afbeelding, de naam van de maker en de CC licentie waaronder de afbeelding gebruikt mag worden. Gebruikt u een afbeelding en doet u niet aan bron- en naamsvermelding? Dan geldt de citaatexceptie niet en moet helaas voor dit gebruik betaald worden aan Stichting UvO. U kunt dus onnodige kosten vermijden door bij alle afbeeldingen van anderen die u in uw presentatie gebruikt aan bron- en naamsvermelding te doen.

Deze website maakt gebruik van cookies.