Universiteit Leiden

nl en

Auteursrecht, de basis

Uitleg en achtergronden van het Auteursrecht

Het uitgangspunt van auteursrecht is dat de maker van een werk wordt beschermd, zodat deze zijn inspanning op enigerlei wijze te gelde kan maken. Dit is niet een absoluut recht. Ook het recht op informatievrijheid en informatie-uitwisseling zijn belangrijke rechten die beschermd worden. De regels voor auteursrecht vinden we in de Auteurswet. De Auteurswet moet in overeenstemming zijn met Europese wetgeving en internationale verdragen.

In artikel 1 van de Auteurswet staat dat het auteursrecht het exclusieve recht is van de maker van een werk van letterkunde, wetenschap of kunst, om dit werk openbaar te maken en te verveelvoudigen. Een werk ontstaat op het moment dat het gemaakt wordt. Het auteursrecht op een werk ontstaat op datzelfde moment en het ontstaat ‘vanzelf’: het auteursrecht hoeft niet aangevraagd en/of geregistreerd te worden (zoals bij een octrooi) en hoeft ook niet gedeponeerd te worden (zoals bij een merk).

De maker van een werk is degene die de geestelijke creatie tot stand heeft gebracht (artikel 4 Auteurswet). De maker is bijna altijd ook de auteursrechthebbende, degene die het auteursrecht heeft. De Auteurswet kent drie bepalingen waarin hiervan afgeweken wordt en waarbij een ander dan de werkelijke maker als auteursrechthebbende (wettelijke maker) wordt aangemerkt.
Artikel 6 Auteurswet: Indien een werk tot stand is gebracht naar het ontwerp van een ander en onder diens leiding en toezicht, wordt deze persoon als maker van dat werk aangemerkt.
Artikel 7 Auteurswet: Indien de arbeid die in dienstverband wordt verricht, bestaat uit het vervaardigen van bepaalde werken, wordt de werkgever als maker aangemerkt.
Artikel 8 Auteurswet: Indien een rechtspersoon (bijvoorbeeld een BV of een stichting) een werk als van haar afkomstig openbaar maakt zonder daarbij de natuurlijke persoon als maker te vermelden, wordt de rechtspersoon als de maker aangemerkt.

Een werk in de zin van de Auteurswet is een op enigerlei wijze zintuiglijk waarneembare vorm van ideeën, gedachten of gevoelens van de maker. Daarnaast is in de jurisprudentie het criterium ontwikkeld dat het werk een eigen oorspronkelijk karakter moet hebben en het persoonlijk stempel van de maker moet dragen. Niet beschermd zijn ideeën, gedachten, methodes, theorieën, e.d.

Artikel 10 Auteurswet bepaalt wanneer sprake is van een werk. Uit de niet-limitatieve opsomming in dit artikel blijkt dat het begrip ‘werk’ niet is voorbehouden aan boeken, brochures of andere geschriften, maar dat ook mondelinge voordrachten, muziekwerken, choreografische werken, bouwkundige ontwerpen, fotografische ontwerpen en computerprogramma’s hier onder vallen.

Het auteursrecht kent de maker het exclusieve recht toe een werk:
a) openbaar te maken en
b) te verveelvoudigen.
Deze rechten tezamen worden het exploitatierecht genoemd.

Het recht van openbaarmaking staat in artikel 12 Auteurswet en kan worden omschreven als het op een of andere manier ter kennisneming van het publiek brengen van een werk. Voorbeelden hiervan zijn het uitgeven van een werk op papier, het uitlenen van een werk, of een voordracht in het openbaar. Ook bekendmaking langs elektronische weg, zoals het toegankelijk maken van een artikel op een computer of in een open of besloten netwerk valt onder openbaarmaking.

Het recht op verveelvoudiging wordt genoemd in de artikelen 13 en 14 van de Auteurswet. Onder verveelvoudiging wordt verstaan het vervaardigen van exemplaren waarin het werk is vastgelegd, zoals het laten drukken van een publicatie, het maken van een fotokopie, het scannen en uploaden van documenten. Ook bewerken en vertalen zijn vormen van verveelvoudiging. Dit geldt ook voor opslag in een elektronisch geheugen.

Naast het exploitatierecht kent de Auteurswet persoonlijkheidsrechten. Dit zijn rechten die zo nauw met de persoon van de maker zijn verbonden, dat zij niet kunnen worden overgedragen aan een ander. Zo kan de maker zich verzetten tegen openbaarmaking van zijn werk zonder vermelding van zijn naam of onder een andere naam. De maker kan ook protest aantekenen tegen het aanbrengen van naamswijzigingen van zijn werk of tegen ingrijpende aanpassingen die zijn goede naam kunnen aantasten.

Deze rechten kunnen niet worden overgedragen. Wel kan een maker er afstand van doen. Een uitzondering hierop geldt voor het recht zich te verzetten tegen elke misvorming, verminking of andere aantasting van het werk, welke nadeel zou kunnen toebrengen aan de eer of de naam van de maker of aan zijn waarde in deze hoedanigheid (artikel 25 lid 1 sub d Auteurswet).

Het auteursrecht blijft bestaan tot 70 jaar na het overlijden van de maker. Na het overlijden van de maker gaat het auteursrecht over op de erfgenamen. Bij een werk van een rechtspersoon en bij een anoniem werk is de duur van het auteursrecht 70 jaar vanaf de datum van eerste publicatie.

Een maker kan op verschillende manieren gebruik maken van zijn auteursrecht. Hij kan zelf alle rechten uitoefenen, maar het is ook mogelijk anderen, zoals een uitgever, daartoe gelegenheid te geven door middel van overdracht of licentieverlening. Bij overdracht kan de maker zelf bepalen welk onderdeel van zijn auteursrechtenhij overdraagt, hij is namelijk niet verplicht om zijn gehele auteursrecht onvoorwaardelijk over te dragen. Met een licentie kan de maker eenzelfde resultaat bereiken als met een overdracht. Een licentie is niets anders dan de toestemming van een auteursrechthebbende aan een ander om bepaalde handelingen die vallen onder het auteursrecht uit te voeren. Anders dan bij overdracht behoudt de maker bij een licentie het auteursrecht. De auteurswet bepaalt dat een overdracht en een exclusieve licentie alleen schriftelijk mogen plaatsvinden. Een niet-exclusieve licentie mag wel mondeling gegeven worden, maar dit is niet aan te raden.

Om te zorgen dat informatie verspreid kan worden, voorziet de Auteurswet in een aantal uitzonderingen waarin de maker beperkt wordt in zijn auteursrechten. De belangrijkste beperkingen zijn vastgelegd in de artikelen 15 en 16 van de Auteurswet. In die gevallen mag materiaal zonder toestemming van de maker worden gebruikt. Soms moet de gebruiker wel een billijke vergoeding aan de maker betalen, bijvoorbeeld als een werk wordt opgenomen op de elektronische leeromgeving van de universiteit, in Leiden is dat Brightspace.
Auteursrechtelijk beschermd materiaal kan zonder toestemming worden gebruikt voor:

  • het geven van live onderwijs (in de collegezaal of online), mits dit een niet-commercieel doel dient (het geven van onderwijs op universiteiten wordt beschouwd als een niet commercieel doel; 
  • het citeren uit een werk;
  • het overnemen van een deel van het werk voor gebruik in het onderwijs;
  • het kopiëren voor eigen oefening, studie of gebruik;
  • het door middel van een besloten netwerk beschikbaar stellen van een werk dat deel uitmaakt van verzamelingen van voor het publiek toegankelijke bibliotheken;
  • het verveelvoudigen van een werk met als enig doel het exemplaar van een werk te restaureren, raadpleegbaar te houden als de technologie waarmee het werk toegankelijk is, in onbruik raakt en bij dreiging van verval om het werk te behouden voor de instelling.
Deze website maakt gebruik van cookies.