Universiteit Leiden

nl en

Erik Kwakkel belijdt zijn liefde voor het middeleeuwse boek

Erik Kwakkel heeft als Scaligerhoogleraar de complete Bijzondere Collecties van de Leidse Universiteitsbibliotheek onder zijn wetenschappelijke hoede. In zijn oratie op 15 mei richt de boekwetenschapper zich vooral op het smaldeel waar zijn grote liefde naar uitgaat: het middeleeuwse boek. Daar is meer dan genoeg over te vertellen.

Droedel (tekeningetje) gemaakt door de kopiist (13e eeuw)

De fysieke schok van de geschiedenis

Kwakkel laat zich in zijn oratie zien als een wetenschapper die met één been in de tastbare geschiedenis van het boek staat en met het andere volop in deze tijd: hij is een enthousiast twitteraar. Hij vertelt over de fysieke schok die het aanraken van een middeleeuws boek, het letterlijk contact maken met het verleden, teweeg kan brengen. Maar ook hoezeer het gebruik van sociale media duidelijk heeft gemaakt hoeveel liefhebbers van oude boeken er eigenlijk zijn en hoe die geënthousiasmeerd worden door afbeeldingen en verhalen. Een bereik van zijn tweets van 40.000 personen is geen zeldzaamheid; 100.000 wel, maar ook dat komt voor. Tegelijkertijd vinden ook wetenschappers elkaar makkelijk via social media.

Rijk versierde initiaal R (14e eeuw)

Gebruikt als toiletpapier

Kwakkel vertelt hoe blij we mogen zijn dat er nog oude boeken bewaard zijn gebleven. De productie van een handgeschreven manuscript met illustraties kostte wel een jaar en was enorm kostbaar. Maar wat als de eigenaar overleed en de liefde voor het object niet overerfelijk bleek? Dan werden handgemaakte boeken gebruikt als toiletpapier of, als het perkamenten exemplaren van beestenvel betrof, tot lijm verkookt dan wel hergebruikt ter versteviging van kledingstukken.

Sluitmechanisme van een manuscript (15e eeuw)

Noodgeld

Helemaal bar en boos werd het toen de boekdrukkunst werd uitgevonden; handgeschreven boeken werden gebruikt om boekbanden te versterken; het bleek pas bij recente restauraties. En tijdens het beleg van Leiden werden oude drukken gerecycled voor de productie van noodgeld. Uit samengeplakte bladen werden papieren muntjes gesneden. Naar schatting werden er zo’n 35.000 geslagen, afkomstig uit 5500 boekbladen van ongeveer twintig boeken.

Als onze voorouders zoveel moeite deden om ervan af te komen, waarom moeten wij oude boeken dan koesteren? 

Rijk versierde initiaal B (14e eeuw)

Gebruik en promotie

De eerste wet van het bibliotheekwezen is duidelijk over het behoud van de boeken, weet Kwakkel: opslag en restauratie zijn er in dienst van gebruik en promotie. En onder ‘gebruik’ valt ook wetenschappelijk gebruik. Het plan van Kwakkel is een multidisciplinair onderzoek te starten naar de vraag: hoe gaf men in het verleden onderwijs? Dat wil hij doen aan de hand van de educatieve objecten die de Bijzondere Collecties bevatten. Het kan gaan om boeken waaruit werd lesgegeven, maar ook om boekjes met aantekeningen van leerlingen of studenten, en zelfs om de wastabletjes elders in de Universiteitsbibliotheek. Deze met was bestreken plankjes werden ooit gebruikt om tijdelijke aantekeningen te maken. En zo bieden de Bijzondere Collecties wel meer educatieve vergezichten in de tijd.

Lessen uit het verleden

Uiteindelijk, hoopt Kwakkel, kunnen we er misschien iets van leren voor deze tijd. Iets waarmee we het onderwijs van nu kunnen verbeteren. Hoe mooi zou dat zijn?

(CH / alle illustraties: Universiteitsbibliotheek Leiden, foto's Erik Kwakkel)

Didactisch traktaat over het uitbeelden van getallen met de vingers (12e eeuw)