Universiteit Leiden

nl en

Klimaatfictie – een leeslijst

Wereldleiders en honderden afgevaardigden zijn verzameld in Glasgow voor de COP26 klimaattop. Zij bespreken daar onder steeds groter wordende druk mogelijkheden om de opwarming van de aarde te beperken. Voorzitter van de bijeenkomst Alok Sharma noemde de top in zijn openingstoespraak ‘de laatste en beste kans is om de anderhalve graad binnen handbereik te houden’. De grote vraag is: hoe ziet de wereld er over honderd jaar uit als wereldleiders het niet eens kunnen worden over een oplossing?

Klimaatwetenschappers schotelen ons harde cijfers voor; concrete scenario’s voor hoe de natuur en onze leefomgeving beïnvloed zullen worden door het veranderende klimaat. Maar hoe ziet onze samenleving eruit in deze scenario’s? We kunnen ons er wellicht niet eens een voorstelling van maken. Het genre klimaatfictie biedt hierin uitkomst. Het vraagt de lezer niet alleen na te denken over de gevolgen van klimaatverandering voor de natuur, maar ook over de rol van de samenleving in die kwetsbare natuur en de reactie van de mens op de verwoestende gevolgen van een vermijdbare crisis.

Alle boeken in de onderstaande lijst zijn deel van de collecties van de Universitaire Bibliotheken Leiden (UBL). Volg om een boek te lenen de link onder de titel of zoek zelf in de catalogus.

J.G. Ballard, The Drought

(oorspronkelijk uitgegeven als The Burning World)
1964

In de jaren zestig van de vorige eeuw behoorde J.G. Ballard tot een nieuwe lichting science fiction schrijvers die de harde eis voor wetenschappelijke correctheid enigszins loslieten en zich concentreerden op meer experimenteel en speculatief werk. The Drought uit 1964 is daar een goed voorbeeld van en bovendien een klassieker in de klimaatfictie. Het hoofdpersonage, Dr. Charles Ransom, begeeft zich in een wereld die door een extreme en langdurige droogte vrijwel onleefbaar is geworden. We volgen hem vanaf het bergdorpje Hamilton, waar hij aanvankelijk probeert te overleven, naar de kustlijn, waar hij samen met anderen het weinige water dat nog beschikbaar is probeert te bemachtigen. Ballard laat de lezer reflecteren op wat het betekent om te overleven in een wereld waarin door verregaande klimaatontwrichting iedere vorm van overheid of gemeenschap aan het bezwijken is, terwijl alleen de overheid het overleven van de gemeenschap kan garanderen. Belangrijk detail: de droogte is veroorzaakt door industriële vervuiling.

Octavia Butler, Parable of the Sower

1993

In veel klimaatromans speelt een apocalyptische gebeurtenis een belangrijke rol. Dat is zeker ook het geval in Parable of the Sower van Octavia Butler, waarin de zestienjarige Laura Oya Olamina probeert te overleven in een zuidelijk California dat door verregaande droogte, opwarming en voedseltekorten uit elkaar aan het vallen is. Laura woont in een afgeschermde wijk, maar blijkt ook daar niet veilig. Na een aanval op de wijk zit er niets anders op dan te vluchten naar het noorden van Californië, in de hoop dat daar wel water is. Tijdens de reis die ze maakt ontwikkelt zich langzaam een divers gezelschap van mensen die op elkaar aangewezen zijn om te overleven. De diverse, multiraciale groep beweegt zich richting het noorden terwijl Laura haar eigen religie begint te ontwikkelen: Earthseed. Butler laat je reflecteren op racisme en klimaatontwrichting maar wijst ondanks alle leed en gruwelen die in het boek te vinden zijn ook richting een aantal mogelijke oplossingen: empathie en misschien zelfs een nieuwe religie.

Margaret Atwood, Oryx and Crake

2003

De Canadese schrijfster Margaret Atwood is bij het brede publiek vooral bekend door haar roman The Handmaid’s Tale, een feministische dystopische roman uit 1985 die in 2017 tot een veelgeprezen televisieserie werd omgevormd. Minder bekend maar minstens zo boeiend is haar klimaattrilogie, die bestaat uit de romans Oryx and Crake (2003), The Year of the Flood (2008) en MaddAdam (2013). Oryx and Crake is de eerste uit de reeks en gaat over Jimmy en zijn geniale vriend Glenn. In de roman blikt Jimmy terug op zijn complexe vriendschap met Glenn, die een soort wonderpil uitvindt die ze samen vermarkten onder de naam Blysspluss. Jimmy vertelt zijn verhaal echter vanuit een wereld waarin vrijwel geen mensen meer leven. Langzaam wordt duidelijk dat de wonderpil van Glenn een uiterst destructief wapen is dat niet enkel steriliteit veroorzaakt, maar ook een mondiale pandemie. Glenns reden om deze destructie aan te richten is zijn diepgewortelde overtuiging dat de mens een inferieur wezen is dat zijn natuurlijke omgeving enkel onherstelbare schade kan toebrengen. Door op deze resolute manier overbevolking op te lossen meent hij de natuur een dienst te bewijzen. Oryx en Crake is een indringend verhaal over de arrogantie van wetenschappers en de reikwijdte van ecofascisme.

Kim Stanley Robinson, The Ministry for the Future

2020

De science fiction schrijver Kim Stanley Robinson heeft zijn sporen verdiend in de klimaatfictie. Het aantal romans van zijn hand waarin klimaatontwrichting centraal staat is niet op een hand te tellen. Zijn laatste roman, The Ministry for the Future, is wederom een diepgaande reflectie op het vraagstuk klimaatontwrichting. Robinsons roman begint in 2025 en beweegt soepel tussen feitelijke reflecties op politieke, financiële en ecologische vraagstukken enerzijds, en de ontwikkelingen binnen het ministerie voor de toekomst anderzijds. Het ministerie moet de maatschappij naar een klimaatneutrale wereld loodsen en waar nodig adaptatie faciliteren, maar de verschillende overheden weigeren in beweging te komen. Langzaam maar zeker slaagt het ministerie er toch in om verandering in gang te zetten, maar daarvoor moeten wel een aantal heel complexe ethische dilemma’s worden overwonnen. Hoever zijn we bereid te gaan om een ecologisch rechtvaardige wereld te bouwen? Wat is geweld precies in deze context? En hoe denken we over zogenaamde black ops en ecoterrorisme die de overheden een zetje in de juiste richting moeten geven? Robinson dwingt je om diep na te denken over uiterst complexe vraagstukken en je komt er als lezer niet ongeschonden uit.

Maartje Smits – Hoe ik een bos begon in mijn badkamer

2017

Hoe ik een bos begon in mijn badkamer is de tweede dichtbundel van dichter en kunstenaar Maartje Smits (1986). Op de website van de auteur staat te lezen dat in dit boek ‘beeld en taal in dialoog [gaan] over klimaatverandering, “natuur”, “mens”, aanspoelende walvissen, zalmkanonnen, oestermeisjes, ecoducten en damherten’. Zoals al blijkt uit de aanhalingstekens, bevraagt deze bundel het schijnbaar heldere onderscheid tussen mens en natuur. In de meeste gedichten ontbreekt een menselijk lyrisch subject; het is veeleer de natuur die een stem krijgt. Ook wordt dikwijls het grensvlak opgezocht tussen natuurlijke en levenloze objecten. Een dergelijke ambiguïteit roepen ook Smits’ beelden op. Door het standpunt van waaruit de foto is genomen lijkt een motor onder een wit afdekzeil tegen een blauwe muur in eerste instantie op een ijsschots in de zee. Wat motor en ijsschots met elkaar verbindt, is door de overkoepelende thematiek niet moeilijk te raden.

Lieke Marsman, Het tegenovergestelde van een mens

2017

Lieke Marsman (1990) vertelt het verhaal van Ida, een jonge klimaatwetenschapper die afreist naar de Noord-Italiaanse Alpen om de gevolgen van de verwijdering van een stuwdam te onderzoeken. De verhaallijn wordt afgewisseld met gedichten en lange essay-achtige passages. Marsman koppelt de klimaatproblematiek aan een zoektocht naar de menselijke identiteit. Volgens haar is het beeld dat de mens van zichzelf heeft de voornaamste oorzaak van de huidige klimaatproblemen. Vanuit het antropocentrische wereldbeeld (dat is geworteld in eeuwenoude religieuze én humanistische tradities) is het gerechtvaardigd om de natuur te overheersen. Door middel van de literaire verbeelding probeert Marsman dit beeld te ondermijnen. Ida probeert zich als kind voor te stellen dat ze een komkommer is, later verplaatst ze zich in een tafel. Uit de roman blijkt echter ook hoe moeilijk het is om buiten de eigen kaders te denken: ‘Je voorstellen hoe het is om een ding te zijn, […] een ding dat weliswaar groeit, maar niet voelt, dat is het uiterste vragen van je empathisch vermogen’.

Richard McGuire, Here

2014

De geologische processen die aan de basis staan van klimaatverandering voltrekken zich over een periode die meerdere generaties, soms wel tienduizenden jaren, beslaat. Die tijdsschaal is eigenlijk nauwelijks voor te stellen. Here van Richard McGuire (1957) krijgt het (bijna) onmogelijke voor elkaar en gaat zelfs nog een stap verder. McGuire werkte 15 jaar aan deze graphic novel. De tekeningen representeren een niet nader bepaalde plek waar zich (op een zeker moment) een huis bevindt. De panelen laten zien hoe de plek eruitziet op verschillende momenten in de tijd, bijvoorbeeld in de jaren 1783 (het huis vat vlam), 1960 (een echtpaar maakt ruzie) en 1971 (er is een feestje), maar ook: 100,097BC! Op de plek waar ooit het huis zal worden gebouwd grazen dinosauriërs door oneindige oerbossen. Het boek biedt ook een inkijkje in de toekomst. In het jaar 2111 zien we het rijzende water door het raam naar binnenstromen; in 2213 krijgen futuristisch geklede toeristen een rondleiding langs de plek; en in 22,175 (!) dansen kolibrie-achtige wezens rondom een enorme bloemkelk. Here presenteert deze periodes naast en over elkaar heen op de pagina’s. Verleden, heden en toekomst rijmen op zowel huiveringwekkende als wonderschone manieren met elkaar.

Neem contact met ons op

Mist u een boek op de lijst of wilt u de UBL vragen een klimaatfictietitel te verwerven? Neem contact op met onze vakreferenten

Deze website maakt gebruik van cookies.