Universiteit Leiden

nl en

UN World Philosophy Day - een leeslijst

Op 19 november 2020 is het World Philosophy Day. Wij vroegen aan drie Leidse stafleden van het Instituut voor Wijsbegeerte om drie van hun favoriete werken uit de collecties van de Universitaire Bibliotheken Leiden (UBL) te noemen. Wat is volgens hen: De beste inleiding tot filosofie, het beste filosofische werk dat de afgelopen jaren verscheen en het boek dat iedere gevorderde filosoof gelezen móet hebben?

Wouter Kalf, Susanna Lindberg en Martin Lipman, die alle drie in Leiden filosofie doceren, kozen één boek voor ieder van deze drie categorieën uit onze collecties en maakten zo drie keer een top-drie. Alle boeken in de onderstaande boekenlijst zijn te lenen door de link onder de titel te volgen of door zelf te zoeken in onze catalogus.

Wat is de beste inleiding tot filosofie in de collecties van de UBL?

Filosofie is veel meer dan een lijst van belangrijke filosofen en korte uitleg van hun ideeën. Het is de studie van ethiek, kennis en het bestaan zelf. Waar liggen de grenzen van het kenbare en hoe onderscheid je juist en onjuist gedrag? Deze drie boeken bieden niet alleen een inleiding in de filosofie, maar geven je de kans zélf te beginnen met filosoferen.

Wouter Kalf kiest: Timothy Williamson - Doing Philosophy: From Common Curiosity to Logical Reasoning

2018

“Filosofen kunnen het maar niet eens worden over de vraag wat filosofie nou eigenlijk is, laat staan wat goede filosofie is. In dit boek stelt Timothy Williamson dat filosofie vooral een activiteit is. Je 'doet' filosofie wanneer je je ergens over verwondert, en als je Williamsons methode volgt dan kun je zelf een goed gefundeerd filosofisch standpunt innemen. Eeuwenoude filosofische vraagstukken komen wel voorbij in dit boek, maar je krijgt niet zoals bij andere inleidingen een historisch overzicht van de belangrijkste argumenten voor en tegen de verschillende antwoorden op die grote vragen. In plaats daarvan leer je hoe de filosofie zich verhoudt tot de wetenschap en of er toekomst is voor de filosofie. Een zeer goed leesbare maar ook geopinieerde introductie.”

Susanna Lindberg kiest: De dialogen van Plato (en dan vooral de Apologie van Socrates of Alcibiades)

“De beste manier om kennis te maken met filosofie is niet het lezen van tekstboeken over filosofie, maar zelf beginnen met filosoferen. Zoals alle filosofen uit de oudheid, behoeft Plato geen uitgebreide voorkennis of bekendheid met een gespecialiseerd vocabulaire. Daardoor is dit werk voor iedereen toegankelijk. Wanneer je Plato aandachtig leest, zonder snelle en eenvoudige antwoorden te verwachten, zal hij je zeker een meer subtiele denkwijzen bijbrengen.”

Martin Lipman kiest: Simon Blackburn - Think: A compelling introduction to philosophy.

1999

“Dit boek is een persoonlijk favoriet wanneer het gaat om een eerste inleiding tot filosofie. Simon Blackburn bespreekt de grote filosofische vraagstukken, onder andere over kennis (wat is kennis?), de vrije wil (zijn we echt vrij?), het mentale (zijn mentale toestanden te reduceren tot het brein?), en het bestaan van de wereld zelf. Daarnaast is er een korte introductie tot logisch redeneren. Blackburn geeft een heldere maar toegankelijke inleiding tot de grote filosofische vragen en heeft daarnaast ook oog voor de geschiedenis van de filosofie. Het is een perfecte eerste stap in de filosofie.”

Wat is een van de beste recent verschenen filosofische werken in de collecties van de UBL?

Wijsbegeerte is als onderzoeksveld altijd in ontwikkeling. Filosofen komen tot nieuwe inzichten en stellen zichzelf, elkaar en de samenleving nieuwe vragen. Toch is deze vraag voor onze drie onderzoekers moeilijk te beantwoorden: Er zijn zóveel goede boeken uitgekomen de laatste jaren! Als ze dan toch één boek moet uitlichten, kiezen Wouter Kalf, Susanna Lindberg en Martin Lipman voor de volgende boeken.

Wouter Kalf kiest: Barnes, E. - The Minority Body: A Theory of Disability

2016

“In de filosofie en de academische wereld zien we fysieke beperkingen vaak als ofwel een biologisch defect (jij hebt een disability want jij kan iets niet) dan wel als een sociaal fenomeen (jij hebt een disability want jij wordt door de maatschappij als zodanig behandeld). Elizabeth Barnes stelt een hybride theorie voor. Iemand heeft een disability wanneer die persoon (echt, objectief) een bepaald soort lijf heeft, maar de reden dat al die verschillende lijven disabled zijn is omdat ze door de maatschappij als zodanig gezien worden. Barnes laat ook zien dat mensen met disabilities alleen maar anders zijn en daarmee niet automatisch slechter af. Op basis daarvan begint Barnes met haar toegepaste politieke filosofie. Wat betekent haar theorie bijvoorbeeld voor het houden van disability prides? The Minority Body is een goed voorbeeld van een boek dat analytische filosofie (social ontology, value theory) op het allerhoogste niveau bedrijft en laat zien hoe de uitkomsten ervan direct relevant zijn voor ons persoonlijke wereldbeeld en politiek beleid.”

Susanna Lindberg kiest: Giorgio Agamben - The Use of Bodies.

2016

“Het is vrijwel onmogelijk om hét belangrijkste filosofische werk te noemen dat in de laatste jaren werd gepubliceerd. Wel kan ik Giorgio Agamben's The Use of Bodies ten zeerste aanraden. Niet omdat het zonder meer het beste boek is, maar omdat het Agamben’s Homo Sacer serie voltooide, een werk dat zeer invloedrijk is geweest binnen de filosofie en ver daarbuiten. Agamben geldt als een van de meest invloedrijke continentale politieke filosofen van vandaag. In The Use of Bodies bouwt hij voort op het idee van discipline en technologie van ‘de zelf’ dat voor het eerst werd geïntroduceerd door Foucault. De ontwikkeling van het concept van de ‘Naakte zelf’ – dat wil zeggen, het mensenleven geraakt door geweld, uitsluiting en moord – stond centraal in de eerdere delen van zijn werk. In Homo Sacer breidt Agamben zijn reflectie uit naar vraagstukken rondom slavernij, arbeid, gewoonte en instrumentalisme. Het werk is dus op zichzelf interessant, maar ook belangrijk door de sleutelrol die het speelt in de huidige continentale politieke filosofie als geheel.

Martin Lipman kiest: Karen Bennett - Making Things Up.

2017

“Zaken worden op allerlei manieren bepaald door andere zaken. Hoe iets is wordt bijvoorbeeld bepaald door causale oorzaken (het glas valt van het bureau omdat ik ertegenaan stoot) of door de deeltjes waaruit het is gemaakt (de vloeistof in het glas is water omdat het uit H2O moleculen bestaat). In dit recente werk bespreekt Karen Bennett verschillende vormen van bepalingsrelaties, en daarmee dus de verschillende manieren waarop onze wereld samenhangt. Ze verdedigt onder andere dat de wereld gelaagd is opgebouwd uit fundamentele lagen die zaken op niet-fundamentele lagen bepalen in hoe ze zijn. Met dit boek duik je diep in de recente ontwikkelingen binnen de metafysica.”

Wat is een boek dat je als gevorderd filosoof gelezen moet hebben?

De gevorderde filosoof wil natuurlijk meer dan een herhaling van bekende ideeën, vragen en onderwerpen. Die wil de grenzen van het vakgebied opzoeken en nieuwe manieren van denken leren begrijpen. Deze tips van Kalf, Lindberg en Lipman zijn uitermate geschikt voor de wat meer gevorderde filosoof.

Wouter Kalf kiest: Ayer, A.J. - Language, Truth and Logic.

1936

“Het logisch-positivisme is nu ongeveer 100 jaar oud, maar het wordt door veel wetenschappers nog steeds als de enige juiste wetenschapsfilosofie geaccepteerd. In dit relatief dunne boek verdedigt Alfred J. Ayer het logisch-positivisme. Uitspraken zijn volgens hem alleen betekenisvol wanneer ze ofwel een tautologie uitdrukken (‘een vrijgezel is een ongetrouwde man’) ofwel empirisch verifieerbaar zijn (‘er zijn kraters aan de andere kant van de maan’). Impliceert dit dat metafysica letterlijk onzin is? Is er dan nog wel ruimte voor de filosofie? Ayer probeert ruimte te maken voor filosofische uitspraken die wel betekenisvol en kennis vermeerderend zijn, maar voorbijgaan aan het stramien van tautologieën en empirische verifieerbaarheid. Kan dat wel? En zijn volgens het logisch-positivisme morele uitspraken ook betekenisloos? Is religie irrationeel? Ayer was pas 26 toen dit boek uitkwam en nodigt je met zijn aanstekelijk enthousiasme uit om met hem te gaan kijken of het logisch-positivisme daadwerkelijk zo plausibel is als het lijkt.” 

Lindberg kiest: Martin Heidegger - Being and Time / Bernard Stiegler - Technics and Time

1927 / 1994

Een ontegenzeggelijke must-read voor gevorderde filosofie studenten? Nou, dat is een lange lijst. Als je Martin Heidegger's Being and Time nog niet gelezen hebt, lees het. Dit werk is een van de onbetwiste klassiekers van de twintigste-eeuwse filosofie. In Being and Time keert Heidegger zich tegen de vorm van fenomenologie die eerder werd ontwikkeld door zijn docent en collega Edmund Husserl. Heidegger claimt dat filosofen hun fenomenologie zouden moeten toepassen op vragen van ‘zijn’, in plaats van het uitsluitend bestuderen van fenomenen van bewustzijn. En onderzoeken van het ‘zijn’ is iets dat alleen mogelijk is met een existentiële analyse van het menselijk bestaan. Het werk is enorm invloedrijk geweest in alle erop volgende continentale filosofie en in onze cultuur als geheel.

Als je Being and Time al gelezen hebt, probeer dan Bernard Stiegler’s driedelige Technics and Time, dat hetzelfde ethos een update gaf voor het huidige technologische tijdperk. In dit werk poneert Stiegler een gewaagde these: De gehele filosofische traditie heeft weinig tot geen aandacht besteed aan vragen rondom techniek. Zeker vandaag de dag, in een wereld waar technologie zo’n sleutelrol speelt in ons bestaan, is het van groot belang om te onderzoeken hoe technologie ons bestaan vormt. Stiegler bouwt voort op de fenomenologische erfenis van Husserl en Heidegger en op de filosofie van Kant: Hij herhaalt daarmee deels hun filosofische stappen en toont daarmee aan wat er gebeurt met deze ideeën wanneer rekening wordt gehouden met de rol van technologie in de vorming van het menselijk bestaan."

Martin Lipman kiest: Saul Kripke - Naming and Necessity.

1980

“Dit is een kort maar zeer invloedrijk boek waarin Saul Kripke ingaat op de manier waarop taal gebruikt wordt om naar zaken in de wereld te verwijzen. Kripke bespreekt de directe verwijzing van termen, de rol van gedachte-experimenten (zoals het gedachte-experiment dat er een fysieke kopie van jou zou kunnen zijn die geen bewustzijn heeft), de relatie tussen noodzakelijkheid en a priori kennis, en de relatie tussen mentale toestanden en hersentoestanden. Veel van Kripke’s ideeën spelen nog steeds een grote rol in hedendaagse filosofische debatten en worden vaak als veronderstelde kennis gezien binnen het vakgebied. Het is een absolute must-read voor elke zelfverklaarde gevorderde filosofie-lezer.”

Contact met uw vakreferent

Wilt u zelf een boek aanraden, mist u een werk in onze catalogus of heeft u een vraag over onze collecties? Neem contact op met onze vakreferenten via facultyliaison@library.leidenuniv.nl.

Deze website maakt gebruik van cookies.