Vernieuwing infrastructuur repositorium
Op dit moment beschikt de UBL over meerdere systemen voor het beheer en de presentatie van de digitale collecties. Voor het gedigitaliseerde erfgoed wordt gebruik gemaakt van Digitool en voor (wetenschappelijke) publicaties van DSpace. Beide systemen functioneren op dit moment, maar zijn niet toekomstbestending. Zo zijn ze niet ingericht om de te verwachten groei aan digitale gegevens te kunnen verwerken. Zowel Digitool als Dspace zijn bovendien niet geschikt voor de opname en presentatie van datasets en dataformaten als AV en GIS. De noodzaak voor een toekomstbestendig repositorium werd vergroot door de overname van de bibliotheken van het KIT en het KITLV, waardoor de UBL verantwoordelijk werd voor het beheer en het behoud van de digitale collecties van beide instituten, bestaande uit bijna 3 miljoen digitale items, zoals foto’s, schilderijen, kranten, boeken, archieven en kaarten.
De huidige fragmentarische infrastructuur is niet alleen inefficiënt voor de UBL, maar voldoet ook niet meer aan de wensen van onze huidige en toekomstige gebruikers. In eerste instantie wordt een nieuwe infrastructuur gerealiseerd voor de gedigitaliseerde bijzondere collecties, zodat alle collecties die nu in uiteenlopende systemen zijn opgenomen op één plaats kunnen worden beheerd, opgeslagen en gepresenteerd. In een vervolgproject worden de wetenschappelijke publicaties onder handen genomen.
Het vernieuwen van de repository-infrastructuur heeft een aantal doelstellingen:
- het verbeteren van de toegang tot de digitale bijzondere collecties voor zowel mens als machine;
- het uitfaseren van redundante en elkaar overlappende systemen;
- efficiëntere tools voor inname-, opslag- en het beheer van digitale objecten;
- het realiseren van een aantrekkelijke presentatielaag voor het gedigitaliseerde erfgoed, inclusief mogelijkheden voor het maken van etalages en webtentoonstellingen;
- betere mogelijkheden om aan te sluiten bij nationale en internationale infrastructuren;
- het bevorderen van de samenwerking met externe partners.
Looptijd: 2015-2017
