Universiteit Leiden

nl en

Impact

Onderzoekers moeten steeds vaker de impact van hun werk tonen, op zowel wetenschappelijk als maatschappelijk gebied. Het is een vast onderdeel bij subsidieaanvragen en R&O gesprekken. Het aantonen van wetenschappelijke impact lijkt eenvoudig, omdat het makkelijker kwantificeerbaar is. Wanneer een wetenschapper een artikel publiceert dat vaak geciteerd wordt, dan is het eerste bewijs voor impact al geleverd.

Maatschappelijke impact is moeilijker aan te tonen, want wat moet je dan meten? Het verwerven van een patent, het ontwikkelen van een nieuwe lesmethode, of het ontdekken van een nieuw medicijn zijn concrete voorbeelden van meetbare maatschappelijke impact, maar in de meeste gevallen zullen de resultaten niet zo tastbaar zijn.

Om hierbij te helpen gebruikt de Universiteit Leiden de Impact Matrix als onderdeel van het Protocol for Research Assessment: https://www.staff.universiteitleiden.nl/research/impact/roadmap-and-examples/leiden-impact-matrix

Bibliometrics en Altmetrics zijn praktische methodes waarmee op een kwantitatieve wijze een beeld kan worden geschetst van impact.

Bibliometrics

Sinds hun ontstaan in de jaren zestig, mede dankzij de Science Citation Index van Eugene Garfield, zijn bibliometrics gemeengoed. Ze zijn gebaseerd op het tellen van het aantal citaties van een bepaald werk en zijn hoofdzakelijk gericht op tijdschriftartikelen. De bekendste bibliometrische maten zijn de Journal Impact Factor (JIF) en de h-Index.

Wat zeggen bibliometrische scores nu precies? Sommige scores zeggen wat over de reputatie van een tijdschrift, anderen zeggen wat over het gebruik van een artikel in verder onderzoek, en weer anderen zeggen wat over de productiviteit en impact van een onderzoeker.

Aan de meeste maten kleven nadelen: de JIF zegt bijvoorbeeld meer over een tijdschrift dan over een onderzoeker en de h-Index benadeelt jonge onderzoekers. Maar alle vormen van impactbepaling door middel van het tellen van citaties hebben als groot nadeel dat het vaak lang duurt voordat die citaties binnenrollen. Afhankelijk van het onderzoeksveld kan het wel twee jaar duren voor de publicatiecyclus rond  is.

Ook zijn tijdschriftartikelen  niet  in ieder vakgebied de meest belangrijke publicatievorm.  Dit heeft in de afgelopen jaren geleid tot de opkomst van Altmetrics. De bibiotheek van Illinois biedt een korte bondige uitleg over bibliometrische indicatoren: https://guides.library.illinois.edu/impact

Altmetrics

De komst van het internet en social media heeft het wetenschappelijk publiceren en wetenschapscommunicatie wezenlijk veranderd. De toenemende digitalisering van het wetenschappelijke publicatiemodel heeft er voor gezorgd dat het mogelijk is om veel sneller cijfers te verzamelen over het bereik van een bepaalde publicatie.

Altmetrics zijn van oorsprong ontwikkeld op artikelniveau, maar ook andere publicatievormen (zoals datasets en boeken) komen steeds meer naar voren. Ze nemen online interacties met een artikel zoals views en downloads mee, maar ook mentions op social media in de vorm van tweets, likes en dergelijke.

Het is wel belangrijk om je te realiseren dat Altmetric scores de aandacht die een publicatie krijgt meten, maar dat ze niets zeggen over de kwaliteit; ze zeggen iets over de zichtbaarheid van een onderzoek en de onderzoeker en of het onderzoeksresultaat in de praktijk wordt opgepakt.

Daarnaast kunnen ze inzicht bieden in welke doelgroepen er bereikt worden: alleen medeonderzoekers, ge├»nteresseerde leken of de pers. Altmetrics zeggen wellicht meer over maatschappelijke impact dan over wetenschappelijke impact, maar  uit onderzoek is gebleken is dat er toch een kleine correlatie is tussen social media mentions en old-school  citaties.

Meer informatie over altmetrics: http://connectedleidenresearcher.nl/in-depth/what-are-altmetrics

Deze website maakt gebruik van cookies. Meer informatie