Universiteit Leiden

nl en

Auteursrecht, de basis

Uitleg en achtergronden van het Auteursrecht.

De Auteurswet

Het uitgangspunt van de Auteurswet is enerzijds dat de maker van een werk moet worden beschermd, zodat deze zijn inspanning op enigerlei wijze te gelde kan maken. Anderzijds beoogt de Auteurswet ook de informatievrijheid en informatie-uitwisseling te ondersteunen. Door de ontwikkeling van het internet en andere vormen van elektronische informatie-uitwisseling hebben zowel de maker, de auteur, als de gebruiker, de onderzoeker en de bibliotheekmedewerker een nieuwe positie en nieuwe mogelijkheden gekregen. Dit geeft enerzijds soms onduidelijkheid, maar biedt anderzijds ook nieuwe uitdagingen voor auteur, onderwijsinstellingen en uitgevers.

Grote verschillen per land

Tussen de Europese lidstaten, Nederland en de Verenigde Staten bestaan grote verschillen in auteursrecht. Zo vormt in de VS 'faire use' geen inbreuk op het auteursrecht en zijn in Duitsland de exploitatierechten en persoonlijkheidsrechten van de auteursrechthebbende verstrengeld.

Auteursrecht

In artikel 1 van de Auteurswet staat dat het auteursrecht het exclusieve recht is van de maker van een werk van letterkunde, wetenschap of kunst, om dit werk openbaar te maken en te verveelvoudigen. Een werk ontstaat op het moment dat het gemaakt wordt. 
Er is dus sprake van een maker en een werk. Beide begrippen zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden: zonder maker geen werk, zonder werk geen maker.

Wie is de maker?

De maker van een werk is degene die de geestelijke creatie tot stand heeft gebracht (artikel 4 Auteurswet). De maker is bijna altijd ook de auteursrechthebbende, degene die het auteursrecht heeft. De Auteurswet kent drie bepalingen waarin, in afwijking van de hoofdregel, een ander dan de werkelijke maker als auteursrechthebbende (wettelijke maker) wordt bestempeld.

  1. Indien een werk tot stand is gebracht naar het ontwerp van een ander en onder diens leiding en toezicht, wordt deze persoon als maker van dat werk aangemerkt (artikel 6 Auteurswet). 
  2. Indien de arbeid die in dienstverband wordt verricht, bestaat uit het vervaardigen van bepaalde werken wordt de werkgever als maker aangemerkt (artikel 7 Auteurswet). De heersende praktijk op het gebied van wetenschappelijk onderzoek is bij de Nederlandse universiteiten echter anders; in dat geval wordt de onderzoeker als maker aangemerkt. Deze site hanteert ook dit uitgangspunt. 
  3. Indien een rechtspersoon (bijvoorbeeld een bv of nv) een werk als van haar afkomstig openbaar maakt zonder daarbij de natuurlijke persoon als maker te vermelden, wordt de rechtspersoon als de maker aangemerkt (artikel 8 Auteurswet).

Wat is een werk?

Artikel 10 Auteurswet bepaalt wanneer sprake is van een werk. Uit de niet-limitatieve opsomming in dit artikel blijkt dat de betiteling 'werk' in auteursrechtelijke zin niet voorbehouden is aan boeken, brochures of andere geschriften, maar dat bijvoorbeeld ook mondelinge voordrachten, muziekwerken, choreografische werken, bouwkundige ontwerpen, fotografische ontwerpen en ook computerprogramma's  hier onder vallen. 
Een werk in de zin van de Auteurswet is een op enigerlei wijze zintuiglijk waarneembare vorm van ideeën, gedachten of gevoelens van de maker. Daarnaast is in de jurisprudentie het criterium ontwikkeld dat het werk een eigen oorspronkelijk karakter moet hebben en het persoonlijk stempel van de maker moet dragen. 
Niet beschermd zijn ideeën, gedachten, methoden, theorieën en dergelijke.

Exploitatie- en persoonlijkheidsrechten

Exploitatierechten

Het auteursrecht kent de maker het exclusieve recht toe een werk a) openbaar te maken en b) te verveelvoudigen. Deze rechten worden tezamen het exploitatierecht genoemd.

  • Openbaar maken 
    De tekst van de Auteurswet geeft geen definitie van openbaar maken. Artikel 12 Auteurswet somt op wat mede onder dit begrip moet worden verstaan. Samengevat kan de inhoud van het begrip openbaar maken worden omschreven als het op één of andere manier ter kennisneming van het publiek brengen van een werk. Voorbeelden zijn het uitgeven van een werk op papier, het uitlenen van een werk of een voordracht in het openbaar. Ook bekendmaking langs elektronische weg, zoals het toegankelijk maken van een artikel op een computer of in een open of besloten netwerk valt onder openbaarmaking. 
  • Verveelvoudigen 
    Ook voor het verveelvoudigen (artikel 13 en 14 Auteurswet) is geen definitie gegeven. Onder verveelvoudiging wordt verstaan het vervaardigen van exemplaren waarin het werk is vastgelegd, zoals het laten drukken van een publicatie, het maken van een fotokopie, het scannen en uploaden van documenten. Ook bewerken en vertalen zijn vormen van verveelvoudiging. Dit geldt ook voor opslag in een elektronisch geheugen.

Persoonlijkheidsrechten

Naast het exploitatierecht kent de Auteurswet persoonlijkheidsrechten. Dit zijn rechten die zo nauw met de persoon van de maker zijn verbonden, dat zij niet kunnen worden overgedragen aan een ander. Zo kan de maker zich verzetten tegen openbaarmaking van zijn werk zonder vermelding van zijn naam of onder een andere naam. De maker kan ook protest aantekenen tegen het aanbrengen van naamswijzigingen van zijn werk of tegen ingrijpende aanpassingen die zijn goede naam kunnen aantasten. 
Deze rechten kunnen niet worden overgedragen. Wel kan een maker er afstand van doen. Een uitzondering hierop geldt voor het recht zich te verzetten tegen elke misvorming, verminking of andere aantasting van het werk, welke nadeel zou kunnen toebrengen aan de eer of de naam van de maker of aan zijn waarde in deze hoedanigheid (artikel 25 lid 1 sub d Auteurswet).

Overdracht van auteursrecht

Een maker kan op verschillende manieren gebruik maken van zijn auteursrecht. Hij kan zelf alle rechten uitoefenen, maar het is ook mogelijk anderen, zoals een uitgever, daartoe gelegenheid te geven door middel van overdracht of licentieverlening. In dat geval kan de auteur zelf bepalen welk onderdeel van zijn auteursrechten hij overdraagt, want hij is beslist niet verplicht om het gehele auteursrecht onvoorwaardelijk over te dragen.

  1. Overdracht 

    Artikel 2 Auteurswet bepaalt dat gehele of gedeeltelijke overdracht van auteursrecht alleen schriftelijk kan plaatsvinden. De overdracht bestrijkt alleen die bevoegdheden die uitdrukkelijk in de overeenkomst zijn vermeld of die noodzakelijk uit de aard of strekking van de overeenkomst voortvloeien. 
  2. Overdracht toekomstige werken en exploitatievormen 

    De Auteurswet zegt niets over de overdracht van toekomstige werken. In de praktijk is overdracht van werken die nog niet zijn geschreven mogelijk, mits het werk naar inhoud en karakter voldoende bepaald is. 
  3. Licentie 

    Met een licentie kunt u eenzelfde resultaat bereiken als met een overdracht. Een licentie is niets anders dan de toestemming van een auteursrechthebbende aan een ander om bepaalde handelingen die vallen onder het auteursrecht uit te voeren. Anders dan bij overdracht behoudt de maker bij een licentie het auteursrecht.

Bestaansduur

Het auteursrecht blijft bestaan tot 70 jaar na het overlijden van de maker. Na het overlijden van de maker gaat het auteursrecht over op zijn erfgenamen.

Uitzonderingen op het auteursrecht

Om te zorgen dat informatie verspreid kan worden, omschrijft de Auteurswet een aantal uitzonderingen waarin de auteur beperkt wordt in zijn auteursrechten. De belangrijkste beperkingen zijn vastgelegd in artikel 15 en 16 van de Auteurswet. In die gevallen mag materiaal zonder toestemming van de maker worden gebruikt. Soms moet de gebruiker wel een billijke vergoeding aan de auteur betalen, bijvoorbeeld als een werk wordt opgenomen in een reader. In het hoger onderwijs is dit gemeenschappelijk geregeld via de Readerovereenkomst

Wetenschappelijk materiaal kan zonder toestemming worden gebruikt voor:

  • op- of uitvoering voor het onderwijs mits dit een wetenschappelijke doel dient;
  • het citeren uit een werk;
  • het overnemen van een deel voor het onderwijs;
  • het kopiëren voor eigen oefening, studie of gebruik;
  • het door middel van een besloten netwerk beschikbaar stellen van een werk dat deel uitmaakt van verzamelingen van voor het publiek toegankelijke bibliotheken;
  • het verveelvoudigen van een werk met als enig doel het exemplaar van een werk te restaureren, raadpleegbaar te houden als de technologie in onbruik raakt waarmee het werk toegankelijk kan worden gemaakt en bij dreiging van verval om het werk te behouden voor de instelling.

Technische voorzieningen

Het is mogelijk dat een werk beschermd is door bepaalde technische voorzieningen. De Auteurswet omschrijft technische voorzieningen als technologie die handelingen beperkt of voorkomt waarvoor de auteursrechthebbende geen toestemming heeft gegeven. Degene die dergelijke technische voorzieningen omzeilt of kraakt en dat weet (of behoort te weten) handelt in strijd met de Auteurswet. Voorbeelden van technische voorzieningen zijn passwords, encryptie of een kopieerbeveiliging.

Literatuurlijst

  • Wichers Hoet; Kort begrip van het intellectuele eigendomsrecht, 8e druk, Zwolle: W.E.J. Tjeenk Willink 2000

  • M. Frequin, Auteursrecht voor de Nederlandse praktijk, Den Haag: Sdu 2005

  • N. van Lingen, Auteursrecht in hoofdlijnen, 5e druk, Groningen: Nijhof 2002

  • J.H. Spoor, D.W.F. Verkade en D.J.G. Visser, Auteursrecht, 3e herziene druk, Deventer: Kluwer 2005

  • Intellectuele eigendom, artikelsgewijs commentaar uitgegeven (losbladige bundel)